Nieuwe inzichten in sociaal functioneren bij autisme
Hoe ontwikkelen sociale vaardigheden zich bij mensen met autisme? Een recente meta-analyse uit 2026 in Nature Human Behaviour bundelde 2.622 studies met in totaal 94.114 autistische en 172.847 neurotypische deelnemers uit 32 landen. De onderzoekers brachten 22 verschillende onderdelen van sociaal functioneren samen in vijf grotere domeinen.
Die vijf domeinen zijn motivatie-gebaseerde, motorisch-gebaseerde, emotie-gebaseerde en inferentie-gebaseerde sociale processen, aangevuld met complexe sociale vaardigheden. Het gaat dus niet om één algemene sociale vaardigheid, maar om verschillende processen die samen bijdragen aan sociaal functioneren. Denk bijvoorbeeld aan aandacht richten op sociale informatie en contact opzoeken, reageren en bewegen binnen sociale interacties, emotionele informatie verwerken, afleiden wat iemand anders denkt of bedoelt en uiteindelijk verschillende vaardigheden combineren in complexere sociale situaties.

Vroege verschillen
Een opvallende bevinding is dat verschillen niet allemaal op hetzelfde moment in de ontwikkeling zichtbaar worden. De motivatie-gebaseerde processen lieten gemiddeld de vroegste groepsverschillen zien, al rond de leeftijd van zes maanden. Hieronder vallen processen zoals social attention, gaze following en social seeking: aandacht richten op sociale informatie, de blik van iemand anders volgen en sociale interactie of informatie opzoeken.
Op groepsniveau presteerden autistische kinderen hierin gemiddeld anders en doorgaans lager dan neurotypische kinderen. Het gaat om gemiddelde verschillen in specifieke, meetbare processen, niet om een uitspraak over de interesse of behoefte aan contact van ieder individueel kind.
Sommige verschillen worden groter, anderen kleiner
Er weren ook verschillen zichtbaar binnen de motorisch-gebaseerde, emotie-gebaseerde en inferentie-gebaseerde processen. Ook binnen de complexe sociale vaardigheden werden verschillen gevonden, maar die volgen minder netjes één vast vroeg ontwikkelingsmoment omdat zulke vaardigheden pas later in de ontwikkeling goed meetbaar worden.
Doorheen de leeftijd veranderden die verschillen bovendien niet allemaal in dezelfde richting. Bij motivatie-gebaseerde, emotie-gebaseerde en inferentie-gebaseerde processen werden de verschillen tussen autistische en neurotypische groepen gemiddeld groter met de leeftijd. Dat gold ook voor sommige complexe sociale vaardigheden, zoals sociale regulatie en sociale relaties.
Andere verschillen werden juist kleiner. Dat zag men vooral bij motorisch-gebaseerde processen en bij bepaalde complexe vaardigheden, zoals sociale afstemming, sociaal leren en sociale communicatie. Een mogelijke verklaring die de auteurs geven, is dat deze vaardigheden kunnen verbeteren door ervaring, leren en compensatiestrategieën.
Sociale processen staan niet los van elkaar
Een andere belangrijke bevinding is dat de vijf domeinen onderling samenhangen. Die samenhang bleek in de autistische groep zelfs sterker dan in de neurotypische groep. Het patroon paste volgens de onderzoekers het beste bij een meer seriële organisatie van sociale processen: verschillende domeinen lijken dus op een bepaalde manier op elkaar aan te sluiten, van relatief basale naar meer complexe sociale processen.
Dit betekent niet dat de studie een vaste oorzaak-gevolgketen heeft aangetoond. We kunnen dus niet zeggen dat een verschil in sociale aandacht automatisch later leidt tot moeilijkheden in emotieverwerking of Theory of Mind. De studie toont vooral dat deze processen niet volledig los van elkaar staan en dat sociaal functioneren beter begrepen kan worden als een samenhangend systeem van verschillende sociale processen.
Dat is ook klinisch interessant. Wanneer iemand bijvoorbeeld moeite heeft met gesprekken, vriendschappen of complexe sociale situaties, is de vraag niet alleen óf er sociale moeilijkheden zijn. Het kan nuttiger zijn om te onderzoeken waar in dat sociale proces de moeilijkheid precies zit. Gaat het bijvoorbeeld om aandacht voor bepaalde sociale signalen, het verwerken van emotionele informatie, het afleiden van intenties of vooral om het combineren van verschillende signalen in een complexe situatie?
Individuele verschillen blijven belangrijk
Tegelijk blijft individuele variatie belangrijk. Deze meta-analyse vergelijkt grote groepen en kan niet voorspellen hoe één individuele autistische persoon sociaal functioneert. Twee mensen met dezelfde diagnose kunnen heel verschillende sterktes en moeilijkheden hebben binnen die vijf domeinen.
De rode draad van het onderzoek is daarom niet dat mensen met autisme “minder sociaal vaardig” zijn. De studie laat vooral zien dat sociaal functioneren bestaat uit verschillende, verbonden processen die zich doorheen de ontwikkeling op verschillende manieren kunnen ontwikkelen.
Bron: Li et al. (2026), Social functioning in autism: a systematic review and meta-analysis, Nature Human Behaviour, 10, 1260–1273.